Vermits we toch al in Sendelingdrif waren blijven slapen, was de start van de dagtrip naar en door het Richtersveld vlakbij. Al goed ook want het bleek andermaal een heel gevulde dag.
Ongeveer 200 km stonden er op het programma om alle hoeken van het Nationale Park te verkennen. Toch niks zou je denken, maar dat is dan zonder de terreintoestand gerekend. Jongens, wat een ruw terrein, dat hebben we tot hiertoe nog niet meegemaakt. We hebben onze 4x4 chauffeur Dave goed kunnen gebruiken; Henri kreeg dan via de walkie talkie instructies welke 4x4 stand en versnelling te gebruiken. En hij heeft dat heel goed gedaan.
Hoe moeten we de weg beschrijven? Veel rotsen en stenen, veel hellingen op en neer, soms een behoorlijke portie los zand.
De uitzichten ware echter schitterend, achter elke bocht weer een ander type berg of bergkleur. Geen moment verveling dus. Eerst zoals gezegd veel rotspartijen, de ingang heet dan ook voor niets de Helskloof. Daarna weidse vlaktes met enorm veel bloemen, vooral roze, paars en geel; vraag niet welke, maar het zijn allemaal vetplanten. Daarna kwamen we op een hoogvlakte terecht die meer op de sahara dan op de alpen leek, en na 4 uur ploeteren kwamen we dan aan het Kokerboomwoud, een verzameling kokerbomen op de rotsen. De buikjes begonnen al wat te knagen, en dus hebben we maar meteen de lunchpauze daar ingelast. Prachtige plek, en dan smaken de boterhammen eens zo goed. Vanop die hoogvlakte hadden we trouwens een mooi zicht op het wijngebied rond Aussenkehr, waar we de vorige dag hadden geslapen.
Van de hoogvlakte en de kokerbomen weer naar beneden, naar de Oranjerivier, ruim 800m hoogteverschil. Dus weer veel rots en steen. Bij de Richtersberg konden we dan een pad langs de rivier volgen tot aan De Hoop. Daar hadden we 7 jaar geleden al eens gestaan, maar toen konden we dat traject niet rijden omdat we toen geen 4x4 hadden. Als de rest van het park zogezegd met een 2x4 te doen zou zijn, dan geeft het te denken wat de 4x4 route is. Je zou het als zeer “challenging’’ kunnen omschrijven, een kolfje naar de hand van Dave. Die heef zich daar eens kunnen uitleven, en Henri die moest maar volgen; geen makkie maar het is gelukt zonder vastrijden.
Van de plek aan de rivier, Kamp De Hoop, moest het daarna nog 50km naar onze kampplek Potjiespram (wie verzint die naam dachten we zo). Heel basic, geen elektriciteit, geen warm water voor de douche, wel een mooie omgeving. Potje koken in het donker, bij gaslicht. Daarna klein hout sprokkelen en het kampvuur aansteken. Lekker gegeten en daarna nog ene paar uur opgezeten, want het was na de middag ineens weer heel warm geworden, ruim 30 graden, en het bleef ook in het donker lekker warm. Normaal zakt de temperatuur als het donker wordt als een baksteen, maar niet vandaag. Het was zo warm dat we de ganse nacht op onze slaapzakken hebben gelegen.
Zondag dan weer terug van Zuid-Afrika naar Namibia. Dat betekent eerst de douane afwikkelen, aan Zuid-Afrikaanse en Namibische kant, en dat neemt hier tijd in beslag. Alle informatie wordt wel drie keer in allerlei boeken en computers ingebracht, en telkens moet je daarvoor naar een volgende kantoortje, of liever een verschillende deur in hetzelfde gebouwtje. Tussen de 2 grenzen moesten we dan ook nog op een ponton de Oranje Rivier oversteken.
De weg daarna, van Sendelingdrif tot Rosh Pinah, daarna naar Aus en Luderitz, was eigenlijk saai. Allemaal asfalt en dat zijn we niet meer gewoon. Dat asfalt is er trouwens niet voor de toeristen gelegd, maar on het zinkerts snel van Rosh Pinah naar Luderitz te vervoeren. Rosh Pinah heeft dan ook de grootste zinkmijn te wereld; het stadje is daardoor uitgegroeid van een dorp van niemendal tot een stad met 10.000 inwoners.
Omdat we ’s morgens al wat tijd hadden verloren, zat een stop in Aus er niet meer in. We zijn dan meteen maar een klein stukje doorgereden en zijn gestopt bij de Wilde Paarden van de Garub woestijn. Toen de Duitsers in 1915 op hun dak kregen van de Engels en de Zuid-Afrikanen hebben ze daar een heel stel paarden achtergelaten; die hebben zich aan de woestijn aangepast, en de afstammelingen daarvan leven daar nog steeds. Terwijl we daar onze pistolets zaten te eten (zondag nietwaar) kwamen er ook nog een paar Onyxen drinken.
Vooraleer naar onze overnachtingsplek te trekken in Luderitz, wilden we nog de spookstad Kolmanskop bezoeken. Die blijkt echter alleen ’s ochtends open te zijn. Het zal dus voor overmorgen zijn, want ons Erna had speciaal die plek uitgekozen om nogmaals te bezoeken. Het is ook een specialleke. Meer daarover dus later.
Van pure miserie dan maar naar de waterfront gereden in Luderitz en een Windhoek biertje gaan drinken. Dan naar ons logement Zum Anker, waar we een heel huis hebben met 4 slaapkamers, 3 badkamers, een zitkamer, keuken en eetplaats. En er staat ook een wasmachine, wat uiterst handig is na een week stof vreten.
Vanavond lekker visje gaan eten in The Nest, een hotel aan de oceaan.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten