vrijdag 12 september 2014

Dag 19 - Grootberg naar Kamanjab


We hebben gisteren, gezien de vliegen en de mopanemuggen, besloten om maar één in plaats van twee nachten te blijven. De kampeerplaats zelf was erg proper en dus eigenlijk geen probleem, te meer daar we ons voedsel bij de campingmanager in de koelkast (koelkast op gas, want geen electriciteit) mochten plaatsen. Dus na de middag naar het alternatief:Kamanjab en de campsite van de luipaardenfarm in  Otjitotongwe.

Gezien de geplande uitstappen - Paul en Cor naar de olifanten en de rest naar de Himba's - was het vroeg dag en dus nog donker. Ontbijt dus bij 't ochtendgloren (gaslampen werkten om de een of andere reden niet), daarna een paar doucher's - Dave had het unieke warmwatersystem weer opgestart - inpakken en wachten op onze gidsen.

Afrikaanse problemen: geen gidsen op het afgesproken uur. 
Normaal zou eerst de olifantengroep vertrekken. Niet dus. Eerst, maar dan een uur later, de Himbagroep. Groep 2 heeft het bijna aan zijne rekker. 
Na veel vijven ne zessen en diverse telefoontjes (zelfs eentje naar Windhoek) worden Paul en Cor toch opgepikt om 10.20u. Rijkelijk laat, maar de gids heeft zijn groep in de buurt van de olifanten achtergelaten en kan ons gelukkig in 25 minuten bij de spotzone brengen. En ja hoor, 9 beessies. Verbrandde en uitgedroogde Duitsers (niet erg) word er opgepikt en dan rijden we langzaam naar de woestijn-olifanten toe. Wind en zon staan in ons nadeel en dus worden ze erg onrustig. 
Onze, overigens goede gids, verstrekt degelijke informatie en dan worden ze benaderd, uit de wind, via de rivierbedding. Heel rustig.
Om af te sluiten, lunch, maar uit de geburen van de olifanten. Daarna naar de Grootberg Lodge. Fameuze hoogte met schitterend uitzicht. Wachten op de andere groep en terug naar de Lodge.

De Himba Toer
We worden opgehaald door Arthur (een echte Afrikaanse naam voor een Herero) in een open Toyota. We passeren een plaatselijk schooltje/internaat waar kinderen zo'n drie maanden verblijven. Ouders moeten hier zo'n 10N$ voor neertellen. Wat neerkomt op 7€. Een tiende van een maandinkomen. De plaatselijke bevolking krijgt voor 10N$ een deel van de aanwezige waterton van slecht een paar honderd liter. Het grote aanwezige waterreservoir is van de overheid en staat als een gieter te lekken. Ze wachten op herstelling krijg je te horen. Maar dat zijn hier verhalen van enkele jaren en misschien morgen. 
De rit vervolgd zijn weg langs een hobbelige offroad weg. Op, langs en door de rivier. Het is een prachtige rit. De plaatjes lijken zo gestolen uit een film. Oases van palmbomen en water. Iets wat hier niet veel aanwezig is. 

Het naderen van het Himba dorp wordt aangekondigd met de claxon van de wagen. Wat me meteen de wenkbrauwen doet fronsen. Vier hutjes in verschillende stadia van opbouw zijn te bewonderen. De Himba vrouwen komen met mondjesmaat aangewandeld en begroeten ons met Cora en dan hun naam. We moesten antwoorden met iets maar tegen dat het zover is zijn we dat massaal vergeten. We zeggen gewoon onze naam en zij kijken ons zonder veel emotie aan of proberen onze naam uit te spreken. Nadat iedereen de revue is gepasseerd krijgen we uitleg over de kleding en de rituelen. Het enige dat ik kan onthouden is dat ze zich nooit wassen. Man die moeten toch kei hard stinken hoor ik u denken. Nou, niet helemaal. Hun dagelijks ritueel bestaat erin zich in te smeren met fijngemalen rode steen gemengd met geitenvet. Daarna parfumeren ze zichzelf met dat geitenvet en acasiahout. Het is een beetje zoals een avond rond een kampvuur zitten maar dan met een iets ander geurtje. De Himba vrouwen zien helemaal rood. Inclusief hun haar. Je handen kleven, zien rood en ruiken naar hun parfum na de kennismaking. Een scheve schaats rijden met een Himba vrouw levert gegarandeerd vlekken op denk ik dan.
De toer op zich is wel aangenaam. Traditionele dansen, unieke mensen, heel vriendelijk en een deel van je centen worden omgezet in voedsel die hen ten goede komt. Zo hoeft de mens zich niet slecht te voelen toch. 


In Kamanjab wordt nog wat geld en bezine getankt.
De Otjitotongwe Cheetah Farm een 30-tal km verder; 7000 Ha groot is die farm, en dat voor 300 koeien , wat schapen en geiten, en 13 cheetahs. Deze laatsten zijn echter de reden waarom velen er stoppen en overnachten. 

Het kamp is midden in de bush, heel basic - geen stroom dus - maar leuk en vooral heel erg rustig. Om 17uur begint de rondleiding; iedereen in de laadbakken van een soort koeienwagens. 
Daarna naar de wilde exemplaren die in een omheinde ruimte van 250 Ha zitten. De beesten komen achter en naast de auto aangelopen, want ze weten dat ze eten gaan krijgen (ezelsvlees). 
Eten wordt de diertjes dan toegeworpen en daar wordt naar gesprongen tot ieder zijn deel heeft gehad. Er zijn ook twee luipaarden met telkens 2 jongen. Uiteraard gescheiden gehouden van de rest van de troep. In totaal zijn er in deze rit vier stops zodat alle bezoekers, elk aan hun kant, foto's kunnen nemen. Iedereen tevreden en geen gedrum.

Naar de tamme cheetah; die leuk bij hen op de boerderij rondloopt gaan we morgenvroeg kijken. Ieder die dat wil mag het dier strelen, maar alleen achter op de kop want anders worden ze een beetje zenuwachtig. 

Leuke alternatieve stop die wordt afgesloten met een lekkere braai en kampvuur achteraf bij bijna volle maan.

(Foto's later: geen wifi)








Geen opmerkingen:

Een reactie posten